Lenzen

Brandpuntsafstand

Wat is nu brandpuntsafstand? Je kent het vast nog wel; met een vergrootglas of een loep de zonnestralen vangen boven een stukje papier. Welnu, de afstand tussen het papier en het vergrootglas is dan de brandpuntsafstand en die wordt in de fotografie uitgedrukt in mm. Bij objectieven is dit iets ingewikkelder maar in principe hetzelfde.

De beeldhoek van een objectief wordt bepaald door de brandpuntsafstand. Een objectief met een korte brandpuntsafstand heeft een grote beeldhoek; een groot deel van het onderwerp is zichtbaar. Bij een objectief met een lange brandpuntsafstand krijg je een kleine beeldhoek; slechts een klein gedeelte van het onderwerp is te zien. Objectieven met een korte brandpuntsafstand noemen we groothoekobjectieven en met een lange brandpuntsafstand noemen we meestal telelenzen. De werking van telelelenzen kan je vergelijken met de werking van een telescoop. Ze vergroten een gedeelte van het onderwerp en halen het dichterbij.

Brandpuntsafstand

Ga je de brandpuntsafstand van je objectief wijzigen dan krijg je een andere weergave.

Objectieven met brandpuntsafstanden voor groothoek - 8 mm, 14 mm, 20 mm, 28 mm en 35 mm - laten dus een groot deel van het onderwerp zien. Wordt de brandpuntsafstand groter bijvoorbeeld bij 100mm of 200mm dan wordt het onderwerp groter maar zie je minder van de omgeving, m.a.w de scherptediepte neemt af.

Diafragma

Het diafragma bestaat uit een aantal metalen lamellen die de grootte van de opening van de lens bepalen, m.a.w. het diafragma bepaalt de hoeveelheid licht die doorgelaten wordt.

De grootte van het diafragma wordt uitgedrukt als een 'f-getal'.
Een klein f-getal, bijvoorbeeld f/2.0 of f/2.8, duidt op een groot diafragma.
Een groot f-getal, bijvoorbeeld f/16 of f/22, duidt op een klein diafragma.
In de regel is het zo dat hoe groter het diafragma is, hoe helderder het beeld is.

De grootte van het diafragma bepaalt niet alleen de hoeveelheid van het licht dat de lens doorlaat maar bepaalt ook de scherptediepte van de foto. De scherptediepte is dat deel van de foto dat scherp wordt weergegeven. Bij een groot diafragma bijv. f/2.0 (klein f getal) zal de scherptediepte afnemen; een kleiner (klein) deel voor en achter het onderwerp waarop is scherpgesteld zal zichtbaar zijn. Bij een klein diafragma bijv. f/16(groot f getal) zal de scherptediepte toenemen; een groter(groter) deel voor en achter het onderwerp waarop is scherpgesteld zal zichtbaar zijn.

Met de diafragmaopening kun je dus spelen; je kunt de achtergrond van een portret onscherp maken door gebruik te maken van een groot diafragma (laag f getal). Een landschap kun je scherp vastleggen door een klein diafragma te gebruiken. Bij macrofoto's is de scherptediepte belangrijk; hoe korter de scherpstelafstand, hoe minder scherptediepte.

Diafragma

Beeldstabilisatie

Je kent het wel, net op het moment dat je wilt afdrukken beweegt de camera licht. Vroeger zag je dat terug op de foto. Tegenwoordig niet meer want de meeste camera 's en objectieven zijn voorzien van beeldstabilisatie waarmee trillingen van de camera worden gecompenseerd. Ieder merk geeft op eigen wijze weer of de camera of het objectief beschikt over beeldstabilistatie. Bij Canon gebruikt men de term IS (Image Stabilization), bij Nikon is het VR (Vibration Reduction), bij Sony is het Super Steady Shot, bij Panasonic OIS (Optical Image Stabilizer)

Voorbeelden van fotosituaties en objectieven.

Diafragma

Natuur- en sport fotografie

Het fotograferen van bewegende dieren of sporters is niet eenvoudig. Je wilt ze dichterbij halen. Dat kan het beste met een teleobjectief; deze vergroot het onderwerp en haalt het dichterbij. Er zijn tele objectieven met brandpuntsafstanden van 800mm maar deze zijn nogal specialistisch. Ze worden dan ook vaak gebruikt door professionele fotografen. Ideaal zijn de zoomobjectieven met een brandpuntsafstand tot 200 of 300mm; ze zijn ideaal om veel onderwerpen te fotograferen. Voorbeelden hiervan zijn de 70-200mm lenzen; deze zijn zeer geschikt voor de hobbyfotograaf.

Diafragma

Portret fotogafie

Voor potretfotografie zijn objectieven met een brandpuntsafstand tussen de 50 en 135 mm zijn over het algemeen geschikt. Er blijft voldoende afstand tussen de camera en het onderwerp om perspectiefvervorming te voorkomen. Als je bij protretfotografie de achtergrond onscherp maakt d.m.v. kleine scherptediepte of groot diafragma, zal het onderwerp uit de foto springen. Voorbeelden van objectieven voor portretfotografie zijn de 85mm 1.8 en de 50mm 1.4 objectieven.

dreamed

Landschaps fotografie

Wil je een groot deel van een landschap fotograferen dan is een groothoekobjectief zeer geschikt. Landschappen worden in het algemeen met een klein diafragma gefotografeerd zodat de voorgrond t/m de horizon scherp wordt weergegeven. Voorbeelden van groothoeklenzen zijn de 24mm f2.8 en 10-22mm f3.5-4.5

dreamed

Macro fotografie

Met een macro objectief kun je beter scherpstellen; het scherpstelbereik is groter. Ju kunt zo onderwerpen heel dichtbij halen. Deze objectieven zijn dus ideaal bij zeer korte afstanden tussen de camera en het onderwerp. Een macro-objectief heeft een groter scherpstelbereik, waardoor je onderwerpen zo dichtbij kunt halen dat je ze levensgroot kunt vastleggen. Van belang is wel of je van veraf of dichtbij wilt fotograferen; bij fotogarfie van bijvoorbeelkd een vlinder heb je meer afstand tot het onderwerp nodig omdat de vlinder mischien wegvliegt. In dat geval is een 100mm lens beter geschikt.

Voorbeelden van macro objectieven zijn 60mm f2.8 en 100mm f2.8 objectieven.